direct naar inhoud van 2.2 Ontstaansgeschiedenis
Plan: Houtwijk
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0518.BP0234AHoutwijk-40ON

2.2 Ontstaansgeschiedenis

afbeelding "i_NL.IMRO.0518.BP0234AHoutwijk-40ON_0002.jpg"

Anno 1886

Houtwijk is één van de laatste binnenstedelijke uitbreidingen van Den haag. Het plangebied behoorde van oorsprong bij het dorp Loosduinen en was ingericht als teel en tuinbouwgebied. Via de Loosduinse vaart werden de producten naar de markten gebracht in Den Haag. De oude Haagweg (noordgrens van het plangebied) maakte deel uit van de middeleeuwse verbinding tussen 's-Gravenzande, Loosduinen en 's-Gravenhage. Langs deze weg vestigden zich boerderijen en later ook buitenplaatsen. Later ontstond hier aan de rand van de tuinbouwgronden kleinschalige lint bebouwing. Tot halverwege de 20ste eeuw was de tuinbouw maatgevend voor het gebied. Ter hoogte van bijvoorbeeld de huidige Jan le Griepweg en de G.J. van Marrewijklaan waren groenteveilingen met overslaghavens aangelegd om de producten zo efficiënt mogelijk ter bestemming te kunnen krijgen.

In 1923 werd Loosduinen bij Den Haag gevoegd. Dit was aanleiding om het Uitbreidingsplan voor Den Haag van Berlage aan te passen. Ir. P. Bakker Schut, directeur van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting, had hierbij een belangrijke inbreng. Voor de kom van Loosduinen werd in 1927 door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting een uitbreidingsplan gemaakt. De bouwactiviteiten nabij de dorpskern hadden vooralsnog een uitgesproken kleinschalig karakter. Ten noord-oosten van de dorpskom van Loosduinen werd in de periode tegen het eind van de jaren twintig de Burgemeestersbuurt gebouwd, begrensd door de Burgemeester Hovylaan en de Oude Haagweg. Dit 'wijkje' kent een recht stratenpatroon met als stedenbouwkundig accent het Burgemeester Françoisplein.

Direct na de tweede wereldoorlog ontstond onder druk van de woningnood een felle discussie over het al dan niet handhaven van de tuinbouw op gronden rond de dorpskern van Loosduinen. In de jaren '50 werd overeenstemming bereikt over het bebouwen van de gebieden Leyenburg en Oud Waldeck. In de jaren '60 vertrokken de overgebleven tuinders alsnog naar andere gebieden (zoals het Westland en Madestein) waardoor ook de gebieden Kraayenstein en Houtwijk voor woningbouw benut konden worden. In 1972 kwam daar ook het gebied Nieuw Waldeck bij.

De Burgemeestersbuurt werd een onderdeel van de nieuwe wijk Houtwijk, die zijn naam dankt aan de Houtweg. De Houtweg was een landweg die vanaf de toenmalige Stationsweg (nu Lippe Biesterfeldweg) liep naar de plek waar nu het Leyenburgziekenhuis staat. Deze weg vormde de ader van het nieuwe Houtwijk. Inmiddels is de Houtweg geen weg meer, maar een geasfalteerd fietspad. In 1967 werd de naam Houtweg gewijzigd in Kapelaan Meereboerweg. Dat was omdat de gemeente Den Haag, waar Loosduinen op dat moment al decennia onder viel, zelf ook al een Houtweg had (vlakbij de Hooigracht, hartje centrum).

Om praktische redenen werd besloten om Houtwijk gefaseerd uit te voeren aan de hand van zeven deelplannen. De ontwerpers gingen ervan uit dat elke buurt op zich een eenheid moest vormen maar gezamenlijk weer één geheel. De afwisseling in buurten probeerde men te bereiken met verschillende dichtheden, bouwhoogten en woningtypen.

Omdat het eerste deelplan geen samenhangend plan opleverde, werd de aanpak gewijzigd. De 'buurtgedachte' werd minder van belang voor de uitwerking van de deelgebieden en bepaalde alleen de volgorde van realisatie. Verder diende meer richting te worden gegeven aan de architecten door middel van vormgeving van de openbare ruimte. De stedenbouwkundig ontwerpers streefden een beeld na van gesloten structuren en lange straten. Dit streven kwam voort uit de waardering voor typische Haagse straten als in de Indische buurt en latere wijken. Hiertoe werd een verkaveling ontwikkeld waarbij de bouwblokkenvorm (bouwhoogte, gestapeld, laagbouw, etc.), groen- en waterstroken werden vastgelegd. Een belangrijk thema was de duidelijke scheiding tussen openbaar en privé: een primaire erffunctie voor de straten en een duidelijke openbare en privé-zijde bij de woningen. Andere elementen waren de winkels, drie sportvelden, twee wijkparken met uitlopers tot in de wijk, het voormalige woonwagencentrum aan de Escamplaan, bedrijfslocaties op de Kerketuinen (de twee laatstgenoemden buiten het plangebied), scholen en het verlengde van de Dedemsvaartweg die de wijk doorsnijdt.

Bij het ontwerpen van de wegenstructuur stond een snelle afwikkeling van de auto voorop. Daartoe zijn er veel ontsluitingswegen vanaf de randen van de wijk geprojecteerd die overgaan in een netwerk van gelijkwaardige wegen. De hiërarchie zou door de gebruikers bepaald worden maar het weefsel werd zo opgezet dat zich nergens knelpunten hoefden voor te doen. In de verkeerssituatie beoogde men tegelijkertijd volledige prioriteit aan de fietser en voetganger te geven.

Houtwijk is ontwikkeld in de periode waarin een discussie binnen de stedenbouw begon als reactie op de 'nieuwe truttigheid' in de architectuur en de organische en quasi-dorpse 'bloemkool-stedenbouw' zoals dat in nieuwbouwwijken, zoals Nieuw Waldeck, werd bedreven. In Houtwijk is de wegenstructuur en de groenvoorziening groter en functioneler, alsmede meer sober en functioneel ingericht.

Door de bebouwing is er weinig meer te zien van de oude landerijen en fabriekjes, maar de sloten zijn er gedeeltelijk nog wel. Behalve de burgemeestersbuurt kent de wijk maar weinig gebouwen van voor de jaren '70 van de vorige eeuw. Alleen de tuindershuizen aan de Leyweg en het kantoorgebouw van Vredestein zijn nog intact gebleven.